Bikok T. Pierre: kappersborden uit Libreville en hun weg naar Nederland en Europa

In collecties van moderne kunst en etnografica in West-Europa, kun je ze zomaar tegenkomen: de prachtige kappersborden van Bikok T.Pierre. De borden illustreren met ritmische reeksen portretten van mannen en vrouwen de in een barbershop verkrijgbare kapsels, afgebeeld op houten panelen met vaak wat rafelige randen, gaten en andere slijtages die bijdragen aan de geheel eigen esthetiek. Deze werken vonden hun weg naar Nederland via Nederlandse houthandelaren en een toegewijde galeriehouder uit Arnhem: Felix Valk.

Ook elders in Europa vonden zijn kappersborden levendige belangstelling onder verzamelaars. In de jaren tachtig en negentig wijdden twee Franse auteurs een heel boek aan het genre. Er ontstond een trend waarbinnen Afrikaanse moderne kunst van makers als Chéri Samba, Thomas Tchopzan en Bikok T. Pierre feilloos aansluiting vonden bij Pop-Art en de hernieuwde belangstelling voor figuratieve kunst vanaf de jaren tachtig in de Europese galerie scene. Bikok T. Pierre wordt binnen de context van deze ontwikkelingen gevierd als de voornaamste vertegenwoordiger van het sub-genre ‘Kappersbord’.

Kameroen en Gabon

Bikok T. Pierre kappersbord grootBikok T. Pierre werd in 1940 geboren in Kameroen. Aan het einde van de jaren zestig verliet hij zijn geboortedorp Sackbayémé en vestigde hij zich in Libreville, de hoofdstad van het naburige Gabon. Die verhuizing vormde het begin van een loopbaan die hem in het centrum zou brengen van het stedelijke leven en de visuele cultuur van Libreville.

In de decennia rond zijn komst veranderde Libreville sterk. Gabon kende economische groei door onder meer de houtindustrie en de winning van grondstoffen zoals uranium en mangaan. De eerder ontdekte olievelden voor de kust droegen eveneens bij aan de economische ontwikkeling. De stad groeide snel, en met de toegenomen koopkracht nam ook de vraag naar consumentendiensten toe.

Binnen die veranderende omgeving groeide het aantal kapsalons en barbershops dan ook sterk. Bikok T. Pierre zag daarin een praktische én creatieve mogelijkheid. Hij begon reclameborden voor de haarmodebranche te schilderen: panelen die klanten hielpen bij het kiezen van een kapsel en tegelijkertijd de identiteit van een salon zichtbaar maakten in de straat en op de markt.

Het eerste kappersbord op Marché Mont Bouët

Volgens de beschikbare biografische gegevens schilderde Bikok T. Pierre in 1969 zijn eerste reclamebord voor een kapsalon op Marché Mont Bouët in Libreville. Deze markt geldt als de grootste markt van Gabon. Het bord functioneerde als een helder communicatiemiddel: het bracht kapsels visueel in beeld voor klanten en maakte het aanbod van een salon direct herkenbaar.

De aantrekkingskracht van deze borden ligt juist in die combinatie vanuit de functionele context en de overtuigende ritmische compositie met portretten die je aankijken met overtuiging. De kappersborden zijn dus oorspronkelijk met nadruk niet gemaakt als autonome kunstwerken voor een witte galerieruimte, maar als praktische objecten in een commerciële omgeving. Tegelijkertijd vroegen ze om duidelijke compositie, overtuigende kleur, aansprekende portretten en een systematische presentatie van verschillende haarstijlen.

De kappersborden van Bikok T. Pierre worden vandaag de dag dan ook los van hun oorspronkelijke context als onafhankelijke kunstobjecten gewaardeerd die behalve dat ze iets vertellen over vakmanschap, ondernemerschap, mode, stedelijke cultuur en beeldtaal in Centraal-Afrika, aansluiting hebben gevonden bij een golf van moderne Afrikaanse kunst die vanaf de jaren tachtig en negentig in galeries, musea en bij particuliere verzamelaars aansluiting vond bij etnografische collecties én moderne kunst collecties waarin het figuratieve weer een rol ging spelen.

Een genre wordt geboren

Bikok T. Pierre - 'De'Frisage' - Kappersbord, grootEen belangrijk moment in Bikoks reputatie kwam toen Jessica Osakwe, een succesvolle kapster in Libreville, een salon opende die was gespecialiseerd in haarvlechten. Zij vroeg hem een paneel te schilderen waarop klanten konden zien welke haarstijlen beschikbaar waren.

Een kappersbord had een concreet doel: het maakte een keuze uit verschillende kapsels overzichtelijk. Maar het vroeg ook om een eigen visuele oplossing. De afzonderlijke kapsels moesten van elkaar verschillen, goed leesbaar zijn en als geheel een aantrekkelijke presentatie vormen. Op de bekende kappersborden verschijnen daarom vaak meerdere hoofden of haarstijlen naast en boven elkaar, gerangschikt in een duidelijke ritmische beeldstructuur.

De commerciële effectiviteit van deze panelen leidde tot nieuwe opdrachten. Bikok T. Pierre bouwde zo een positie op als schilder van kappersborden in Libreville. Zijn werk kreeg navolging in steden in verschillende Afrikaanse landen, terwijl hij gedurende decennia een prominente naam bleef binnen dit specifieke genre.

Gebruiksvoorwerp, schilderkunst en sporen van tijd

De bewaard gebleven panelen van Bikok T. Pierre zijn doorgaans geschilderd met acryl op paneel. Voorbeelden tonen twee, tien of twintig haarstijlen, met uiteenlopende formaten: van een compact paneel van 20 × 40 cm tot grotere werken van 113 × 79 cm.

Veel van deze objecten dragen zichtbare gebruikssporen. Verkleuring, beschadiging, slijtage en veroudering zijn niet los te zien van hun oorspronkelijke functie. De borden hingen of stonden in een commerciële context en werden gebruikt als onderdeel van de dagelijkse praktijk van een kapsalon. Die geschiedenis maakt elk bewaard paneel niet alleen een beeld van haarmode, maar ook een document van gebruik, circulatie en lokale economie met een eigen patina, sfeer en authenticiteit.

Dat onderscheidt deze werken van schilderijen die vanaf het begin uitsluitend voor verzamelaars of tentoonstellingen zijn gemaakt. Het oorspronkelijke gebruik neemt hun artistieke betekenis niet weg; het is juist een essentieel onderdeel van hun verhaal.

Bikok T. Pierre in Nederland en Europa

De Nederlandse ontvangst van Bikoks werk is nauw verbonden met Felix Valk (1924–1999), galeriehouder uit Arnhem. Valk kwam toevallig in bezit van een vroeg werk van Bikok T. Pierre. Daarna bouwde hij een bredere collectie op met kappersborden van Bikok en andere schilders, naast sculpturen uit diverse Afrikaanse landen en Ashanti-oorlogsvlaggen.

Valk speelde als galeriehouder en later als directeur van het Rotterdamse Lijnbaanscentrum en het Wereldmuseum Rotterdam een rol in de waardering voor hedendaagse Afrikaanse kunst in Nederland. Zijn verzameling bracht objecten die vaak uitsluitend als gebruiksvoorwerp, folklore of ‘handicraft’ werden gezien in een andere context: die van kunstenaarschap, vormgeving en visuele cultuur.

In samenwerking met verzamelaar en galeriehouder John Loose werd de Valk-collectie in de loop der tijd verspreid over onder meer de Stichting Beeldende Kunst Amsterdam, Kontakt der Kontinenten in Soesterberg, particuliere collecties en, na Valks overlijden, het Africa Museum in Berg en Dal.

De collectie Felix Valk is na diens dood in 2001 ingeschreven in de collectie van de Rijks Collectie Cultureel Erfgoed (RCE). Valk was o.a. stichter van Galerie 20 in Arnhem (met een dependance aan de Keizersgracht te Amsterdam) en van 1981 tot 1987 directeur van het Museum voor Land- en Volkenkunde in Rotterdam. Daarna begon hij terug in Arnhem Galerie 20 x 2, toegespitst op hedendaagse, niet-westerse kunst. Kunstenaars zoals Thomas Tchopzan en Bikok T. Pierre vonden via hem een waarderend publiek in Nederland, België en Europa.

De betekenis van Bikoks werk

Het werk van Bikok T. Pierre laat zien dat kunst, reclame en dagelijks leven niet altijd scherp van elkaar te scheiden zijn. Zijn kappersborden ontstonden uit een concrete vraag van ondernemers en klanten in Libreville. Tegelijkertijd tonen ze een uitgesproken schilderkundige beeldtaal en een zorgvuldige manier om kapsels, gezichten en keuzes zichtbaar te maken.

Juist die dubbele betekenis maakt zijn werk relevant voor verzamelaars en liefhebbers van hedendaagse Afrikaanse kunst. De panelen zijn visueel direct, cultureel gelaagd en verbonden met een specifieke plaats en tijd. Ze herinneren eraan dat artistieke waarde niet uitsluitend ontstaat binnen musea en kunstacademies, maar ook in markten, winkels, ateliers en de dagelijkse economie van een groeiende stad.

De kappersborden uit de collectie van Apunto Gallery zijn geliefd bij verzamelaars in heel West-Europa en bereiken hun internationale publiek in landen als Engeland, België maar ook Nederland. De eenvoudige beeldtaal, het repetitieve element en de aansprekendheid van ieder trefzeker geschilderd portret, tegen de kleurrijke achtergrond, rechtstreeks weggerukt uit het straatleven van de Afrikaanse groeisteden, maakt deze borden geliefd bij een zeer breed publiek. Voor meer Afrikaanse kunst, kijk ook eens hier.

Bronnen

Fragment 1982 Editie van Ici Bon Coiffeur – J.-M. Lerat – Parijs

Fragment 1992 Editie van Ici Bon Coiffeur – J.-M. Lerat – Parijs

Jean-Marie Lerat & Jean Seisser, Ici bon coiffeur: les enseignes de coiffeurs en Afrique (Syros-Alternatives, 1992)

Artikel in NRC Handelsblad o.a. over Afrikaanse kunst bij Felix Valk

Informatie over Bikok Pierre bij Otten Collection

Voorbeelden Afrikaanse kunst van Felix Valk in de Rijkscollectie 

Artikel over Felix Valk in zijn rol van directeur Lijnbaanscentrum

Meer over Felix Valk (RKD)